Wij leven in een gelaagde, gecompliceerde wereld, opgebouwd uit in elkaar geneste lagen, de een binnen de ander. Stel je een serie van 125 dozen voor, de een binnen de ander, die allemaal verschillende eigenschappen hebben. Wij bestaan op dit moment in de laagste ervan.
Wanneer we in een lagere doos zit moeten we opklimmen naar een hogere, en onszelf daar ontwikkelen en realiseren, en ernaar verlangen nog hoger te klimmen en nog hoger, totdat we de hoogste mogelijke toestand bereiken — die buiten alle dozen ligt.
In die hoogste staat, laten wij onszelf gaan in de oneindigheid. Alle mensen zullen dit stadium bereiken als resultaat van hun materiële en spirituele evolutie.



























